Oder-Neissegrens
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Oder-Neissegrens (Duits:Oder-Neißegrenze en Pools: Granica na Odrze i Nysie) is de bekende benaming voor de tegenwoordige grens tussen Duitsland en Polen.
De Oder (Pools: Odra) en de Neisse (Pools: Nysa) zijn de twee rivieren die deze grens vormen. Het verloop van deze grens werd bepaald op de Conferentie van Potsdam aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen Polen op de kaart 'naar het westen werd verplaatst'. De circa 14 miljoen Duitsers ten oosten van deze willekeurig getrokken grens werden naar de geallieerde bezettingszones in Duitsland ten westen van Oder en Neisse verdreven; velen van hen kwamen door gewelddadigheden van Polen en Russen om het leven. Dit in combinatie met de strenge winter waarin vele Duitsers vluchtten voor het Russische leger heeft naar schatting 2 miljoen levens gekost, voornamelijk kinderen, vrouwen en bejaarden[1]. In West-Duitsland werden de vluchtelingen over het hele land verspeid. Zij vormden weliswaar verenigingen van Heimatvertriebenen, maar gingen al snel op in de West-Duitse bevolking.
De Oder-Neissegrens was een voorlopige grens. De definitieve bepaling van de grens zou gebeuren op een vredesconferentie nog zou moeten volgen. Die vredesconferentie kwam er nooit; uiteindelijk is de grens definitief geworden met de ondertekening in Moskou op 12 september 1990 van het Twee-plus-vier-verdrag door de beide Duitslanden, de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.
Tot 1990 werd door West-Duitsland alsmede door enige West-Europese landen de opheffing van de Oder-Neissegrens geëist, maar bij de Wende werd hieraan door Polen en de Sovjet-Unie niet voldaan. Tot 1990 bestond de Duitse Hereniging ook voor gematigde politieke partijen als de SPD, CDU, CSU en de FDP uit opheffing van deze grens. Tegenwoordig streven voornamelijk extreem-rechtse partijen (bijv. NPD[2]) nog naar opheffing ervan.
Inhoud |
[bewerk] Geschiedenis van de grens
Vóór de Tweede Wereldoorlog werd de westelijke grens van Polen met Duitsland bepaald met de Vrede van Versailles in 1919. Het liep over het algemeen langs de historische grenzen van Groot-Polen (Wielkopolska), maar met bepaalde aanpassingen die bedoeld waren om rekening te houden met de etnische samenstellingen van bepaalde gebieden voorbij de traditionele provinciale grenzen. Echter, Pommeren, Opper-Silezië en Mazurië werden verdeeld tussen Polen en Duitsland. Daarbij werden grote landelijke gebieden met een overwegend Slavisch-sprekende maar op Duitsland en het protestantisme georiënteerde Duitsgezinde bevolking bij het Duitse Rijk gelaten, terwijl talrijke stedelijke gebieden met een overwegend Duitse bevolking aan het heropgerichte Polen werden toegewezen. Daarnaast was de grens één van de langst mogelijke grenzen tussen beide landen en creëerde deze twee exclaves aan de grens met het noordoosten van Polen, namelijk Oost-Pruisen en de Vrije Stad Danzig. Hoewel plebiscieten in zowel Mazurië als oostelijk Opper-Silezië duidelijke meerderheden uitvielen ten gunste van Duitsland, besloten de geallieerden toch om het economisch belangrijke oost-Opper-Silezische mijnbouwgebied goeddeels aan het nieuwe Polen toe te wijzen. Poolse aanvallen op Duitsers in dit gebied voor de plebiscieten versterkten de angst voor etnische conflicten in geval van afwijzing van de Poolse claims.
Op de Conferentie van Jalta werd de wens van de Sovjet-Unie besproken om de Oder en Neisse als nieuwe grens te trekken. De Engelsen en de Amerikanen wilden uitgaan van de (oostelijke) Glatzer Neiße, wat de helft van Silezië inclusief de helft van de hoofdstad Breslau bij Duitsland gelaten had. De Sovjet-Unie ging echter uit van de westelijke Lausitzer Neisse. Duitsland leverde daarbij circa één derde van haar grondgebied in, bestaande uit bijna geheel Silezië, meer dan de helft van Pommeren, het oostelijke gedeelte van Brandenburg en een klein gebied ten oosten van Zittau dat bij Saksen hoorde. Daarnaast werd Danzig en twee derde van Oost-Pruisen toegewezen aan Polen. De aan de westelijke oever van de Oder gelegen havenstad Stettin werd met een stuk westelijk voorland, tegen de afspraken met de Engelsen en Amerikanen in, door de Sovjets aan Polen overhandigd in juli 1945 en het inmiddels geïnstalleerde Duitse bestuur in de stad werd alsnog verdreven. Dit was in de tijd dat de Engelsen en Amerikanen zich begonnen terug te trekken uit de Sovjet-zone en de verschillende doelen en conflicten tussen de Sovjets enerzijds en de Engelsen en Amerikanen anderzijds zich steeds meer vergrootten op andere vlakken. In september 1945 werd tussen Polen en de Sovjet-Unie onderling een verdrag over deze nieuwe grens ondertekend.
De territoriale veranderingen werden gevolgd door bevolkingsoverdrachten op grote schaal, waaronder de verdrijving en uitwijzing van bijna alle etnische Duitsers van het nieuwe Poolse grondgebied en de terugkeer in Polen van de Poolse ontheemden binnen het door de Geallieerden bezette Duitsland. Daarnaast werd de Poolse bevolking verdreven uit het door de Sovjet-Unie geannexeerde deel van Polen ten oosten van de Curzonlijn en gevestigd in de vroegere Duitse gebieden die nu westelijk Polen vormden. Polen en Duitsers waren niet de enige etnische groepen die van hun traditionele geboortegrond werden verdreven door de territoriale eisen van Josef Stalin.
[bewerk] Houding van de Polen
Wrok en moeite om de willekeurig bepaalde Pools-Duitse grenzen na de Eerste Wereldoorlog, werd verergerd door de invasie van Nazi-Duitsland van Polen in 1939. Nazi-Duitsland annexeerde zelfs gebieden buiten de Duitse grenzen van 1918. Daarnaast stond de Sovjet-Unie erop de Poolse gebieden te behouden die in 1939 waren veroverd na het geheime Molotov-Ribbentroppact. Deze Sovjet-eis werd ingewilligd bij de Conferentie van Jalta. Verder speelde de brutale evacuatie van 800.000 mensen die in de ruïnes van Warschau achterbleven na de Opstand van Warschau ook een rol. Onder de Polen waren er niet veel te vinden die tegen de territoriale aanwinsten van Polen waren ten koste van Duitsland op een humanitaire basis, aangezien zij dit als rechtvaardigheid zagen naar de Duitsers met de oorlog waren begonnen. Bovendien verloor Polen grote (doch merendeels etnisch Oekraïense) gebieden in het oosten en hadden leden van de Duitse minderheid de Nazi’s gesteund toen zij Polen binnenvielen en binnen het bezette Polen bevolkingsverplaatsingen uitvoerden ten nadele van de inheemse Polen.
Echter, verschillende groepen Polen bleven in 1945 en later van mening dat de territoriale veranderingen ten koste van Oost-Duitse gebieden en de daarmee gepaard gaande verdrijvingen van Duitsers buitenproportioneel wreed en een humanitaire ramp waren. Een deel van de Polen zag bovendien ook liever dat de grotendeels etnisch-Pools gebleven steden Vilnius en Lwów behouden bleven voor het nieuwe Polen in plaats van de verschuiving naar het westen ten koste van Duitsland.
Onder het communisme werden de in Polen door de media levend gehouden vooroordelen en bestempeling van de Duitsers als geheime nazi's en imperialisten. Ook beweerde men in het Pools onderwijs nog steeds dat de westelijke gebieden die voorheen Duits waren, eigenlijk altijd reeds Pools waren geweest vanwege hun etnische voorgeschiedenis, en dat Polen slechts de onrechtmatige koers van de geschiedenis omgebogen heeft. Na de val van het communisme werden de schoolboeken aangepast.
De Poolse Katholieke Kerk vroeg in een verklaring van 1963 echter aan de Duitse bisschoppen om vergeving voor Poolse daden tegen Duitsers en zeiden ook de Duitse gruwelen uit de oorlog te willen vergeven.
Onder de regering Kaczynski werd onder de Poolse bevolking de angst gevoed dat de huidige Duitse Bondsrepubliek nog altijd streeft naar annexatie van Silezië, Pommeren en het oude Oost-Pruisen. Anti-Duitse retoriek was prominent aanwezig.
[bewerk] Erkenning van de grens door Duitsland
De DDR en Polen ondertekenden het Verdrag van Zgorzelec in 1950, die de Oder-Neissegrens als de officiële "Grens van Vrede en Vriendschap" noemden. In een ander verdrag in 1989 werd de zeegrens tussen Polen en Oost-Duitsland nader bepaald.
In 1952 was de erkenning van de Oder-Neissegrens als de definitieve grens één van de voorwaarden van Stalin voor de Sovjet-Unie om akkoord te gaan met een herenigd Duitsland. Deze voorwaarde werd echter afgewezen door de West-Duitse Kanselier Konrad Adenauer om verscheidene redenen.
In West-Duitsland, waar zich de meerderheid van de 12 miljoen vluchtelingen vestigde, was de erkenning van de Oder-Neissegrens als de definitieve grens voor lange tijd onaanvaardbaar. In feite erkende West-Duitsland als deel van de Hallsteindoctrine het communistische Polen en het bezette Oost-Duitsland niet. De West-Duitse houding veranderde met het beleid van de Ostpolitik van Willy Brandt. In 1970 ondertekenden West-Duitsland en de Sovjet-Unie het (Verdrag van Moskou) en Polen het (Verdrag van Warschau). Hierin beschouwden zij de Oder-Neissegrens als een feitelijke grens van Polen. Het gevolg was dat de verdreven Duitsers uit de voormalige oostgebieden nu hun geboortegronden konden bezoeken.
Op 14 november 1990, na de Duitse Hereniging, ondertekenden de (uitgebreide) Bondsrepubliek Duitsland en de Republiek Polen een verdrag dat de grens tussen beide landen bevestigt, zoals gevraagd door het Verdrag op de Definitieve Regeling met betrekking tot Duitsland. Eerder, had Duitsland zijn grondwet gewijzigd en Artikel 23 van de Duitse Grondwet gewijzigd, want deze konden gebruikt worden om de voormalige Duitse gebieden in het oosten te claimen. Op dat moment weigerde de Duitse Kanselier Helmut Kohl aanvankelijk om de Poolse grens te erkennen en serieuze diplomatieke stappen moesten ondernomen worden om Duitsers ertoe te bewegen om een definitieve regeling te bewerkstelligen.[3]
Het Pools-Duitse grensverdrag uit 1990 die de Oder-Neissegrens als de definitieve Pools-Duitse grens beschouwd, [4] werd van kracht op 16 januari 1992. Daarnaast werd een tweede verdrag ondertekend op 17 juni 1991. Dit verdrag dat het "Verdrag van de Goede Buren" (Deutsch-Polnischen Nachbarschaftsvertrag) wordt genoemd, bepaalt dat de twee landen onder andere fundamentele politieke en culturele rechten voor zowel Duitse als Poolse minderheden die aan de beide kanten van de grens wonen, erkennen. (Tussen 500.000 tot 150.000 etnische Duitsers verblijven nog in Polen, hoofdzakelijk in Opole/Oppeln, met kleinere aanwezigheid in gebieden zoals Silezië en Mazurië en Danzig.
| Bronnen, noten en/of referenties: |











/
/ 

























