Witte bloedcel
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts |
Witte bloedcellen of leukocyten, (van het oudgrieks, witte cel) zijn cellen met een celkern die zich in het bloed bevinden. Ze maken maar een heel klein deel uit van de cellen in het bloed, op iedere witte bloedcel zijn er vele honderden rode bloedcellen, maar de witte bloedcellen zijn wel een stuk groter. Ze vormen een belangrijke component van het immuunsysteem. Witte bloedcellen spelen ook een rol bij sommige allergische reacties, zoals een type I-allergie.
[bewerk] Soorten
Er zijn verschillende soorten witte bloedcellen, en een manier om deze onder te verdelen door aan- of afwezigheid van granulen in het cytoplasma van de cel.
- granulocyten: Bij deze soort zijn er granulen aanwezig, en kan onderverdeeld worden in 3 soorten: de basofiele granulocyten, de neutrofiele granulocyten en de eosinofiele granulocyten.
- agranulocyten: Bij deze soort zijn er geen granulen aanwezig, en kan onderverdeeld worden in 3 soorten: de lymfocyten, de monocyten en de macrofagen.
De verschillende soorten witte bloedcellen hebben elk hun eigen specifieke functies, welke zij over het algemeen uitvoeren door middel van celvraat (fagocytose), het lozen van pakketjes met actieve stoffen (degranulatie) of het presenteren van antigenen aan andere cellen, die op hun beurt cellen aanzetten tot het produceren van antilichamen.
| soort | afbeelding | diagram | percentage | diameter (μm) | beschrijving |
|---|---|---|---|---|---|
| Neutrofielen | 65% | 12-15 | Neutrofiele granulocyten zijn verantwoordelijk voor de eerste afweer tegen bacteriële infectie en andere ontstekingsreacties. Activiteit van neutrofiele granulocyten en hun afsterven is de bron van pusvorming. | ||
| Eosinofielen | 4% | 12-15 | Eosinofiele granulocyten bestrijden voornamelijk parasitaire infecties en een verhoging van de eosinofielen is dan ook een indicatie van een infectie met een parasiet of voor een IgE gemedieerde immuunreactie. | ||
| Basofielen | <1% | 12-15 | Basofielen zijn de hoofdverantwoordelijken voor allergische- en antigeenrespons door het vrijmaken van histaminen die ontsteking veroorzaken. | ||
| Lymfocyten | ![]() |
25% | 6-18 | Lymfocyten zijn onder andere de T-lymfocyten (waaronder T-helpercellen en de cytotoxische T-cellen, de B-lymfocyten, de Natural Killer cellen en de plasmacellen (die in feite geactiveerde B-lymfocyten zijn). Ze spelen een rol bij de specifieke immuunrespons. | |
| Monocyten | 6% | 12-20 | Monocyten hebben een soortgelijke stofzuigerfunctie (fagocytose) als neutrofielen maar leven veel langer waarmee ze een geheugenfunctie vervullen; ze presenteren pathogenen aan de T-cellen opdat deze opnieuw herkend en vernietigd kunnen worden. Ook in de reactie op antilichamen spelen monocyten een rol. | ||
| Macrofagen | (zie boven) | (zie boven) | Monocyten worden ook wel macrofagen genoemd als ze vanuit het bloed naar andere weefsels gemigreerd zijn. |











/
/ 


























